Boek
Nederlands
Berijmde vertaling van het verhalende dichtwerk van de Engelse dichter (1345-1400) over de levensverhalen die pelgrims elkaar vertellen.
Titel
De Canterbury-verhalen / Geoffrey Chaucer ; vert., ingel. en van aantek. voorz. door Ernst van Altena
Auteur
Geoffrey Chaucer
Vertaler
Ernst Van Altena
Taal
Nederlands
Oorspr. taal
Engels
Oorspr. titel
The Canterbury tales
Uitgever
Amsterdam: Ambo, 2004 | Andere uitgaves
695 p.
ISBN
90-263-1869-3

Besprekingen

Deze verzameling verhalende gedichten bestaat uit 24 verhalen, die een groep van 30 pelgrims, met elkaar op weg van Londen naar Canterbury, elkaar vertellen om de tijd te doden. Afgesproken werd dat zowel op de heen- als de terugweg ieder twee verhalen zou vertellen, maar Chaucer stierf toen hij 24 verhalen had geschreven. In de proloog stelt hij alle pelgrims kort voor, en laat ze daarna een verhaal vertellen, dat steeds begint met een proloog, waarin de verteller veel van zichzelf laat zien. Het meesterwerk van de Engelse diplomaat en hoveling (ca. 1345-1400) en een van de belangrijkste dichtwerken uit de wereldliteratuur. Dit is een herdruk van de eerste volledige Nederlandse vertaling, zeer inventief, leesbaar en speels, die meer dan recht doet aan het origineel. Uitstekende inleiding en aantekeningen. Een eerdere, onvolledige en gekuiste vertaling verscheen in 1930: 'De vertellingen van de pelgrims naar Kantelberg' van A.J. Barnouw*.

Over Geoffrey Chaucer

Geoffrey Chaucer (Londen?, ca. 1343 - mogelijk 25 oktober 1400) wordt beschouwd als de belangrijkste schrijver uit de Middelengelse literatuur. Hij was de schepper van enkele van de meest geprezen dichtwerken uit de wereldliteratuur. Chaucer was niet alleen een uitzonderlijk begaafd auteur en dichter, maar leidde ook een druk openbaar leven als soldaat, hoveling, diplomaat en ambtenaar en vervulde een verscheidenheid aan openbare functies. Tijdens die carrière was hij de vertrouweling en protegé van drie opeenvolgende koningen, namelijk Eduard III (1312-1377), Richard II (1367-1400) en Hendrik IV (1367-1413). Toch vond Chaucer de tijd om duizenden versregels te schrijven die nu nog steeds door literatuurliefhebbers hooglijk gewaardeerd en bewonderd worden. Daarmee toonde hij aan dat het Engels uit zijn tijd (thans Middelengels genoemd) net zo goed gebruikt kon worden in de poëzie als het Frans of het Latijn, wat hem die titel van 'vader van de Engelse literatuur' bezorgde. H…Lees verder op Wikipedia