Details
328 p.
Besprekingen
De Volkskrant
Op 15 en 16 oktober 1997 hield de latere Nobelprijswinnaar literatuur J.M. Coetzee een tweetal lezingen voor de Universiteit van Princeton, getiteld 'The Philosophers and the Animals' en 'The Poets and the Animals'. Bezoekers die een vertoog over literatuur en Coetzee's schrijverschap verwachtten, kwamen bedrogen uit. Wat Coetzee voorlas leek meer op twee kortverhalen.
Hij voerde in zijn lezing een ouder wordende, Australische schrijver op, Elizabeth Costello. Zij is de auteur van onder meer twee dichtbundels en negen romans, waarvan The House on Eccles Street haar wereldfaam bracht. Het boek is een postmoderne, feministische roman waarin het verhaal van Joyce's Ulysses wordt verteld vanuit het personage Molly Bloom.
In Coetzee's kortverhalen bezoekt Costello een fictieve Amerikaanse universiteit waar ze een tweetal lezingen geeft. Die lezingen maken vervolgens het grootste deel uit van de twee verhalen, aangevuld met enkele (weinig enthousiaste) reacties uit het publiek en van Costello's zoon, die zijn moeder tijdens haar bezoek aan de Verenigde Staten begeleidt. En zich voor haar geneert.
De lezingen worden door veel toehoorders als provocerend ervaren. Costello vergelijkt de bio-industrie met de Holocaust, en trekt een parallel tussen mensen die na de Tweede Wereldoorlog beweerden geen idee te hebben gehad van wat zich in nabijgelegen concentratiekampen afspeelde en lieden die hun schouders ophalen over de vleesverwerkende industrie. Daarnaast stelt Costello onder meer het idee ter discussie dat de mens superieur zou zijn aan het dier, omdat het dier 'de rede' niet kent.
De twee verhalen werden, aangevuld met reacties van een viertal academische denkers, gebundeld in The Lives of the Animals (1999, Dierenleven). Vier jaar later verscheen de roman (?) Elizabeth Costello, ondertitel Eight Lessons, waarin naast de genoemde verhalen nog zes andere 'lessen' zijn opgenomen. Ook hier betrof het veelal in verhalen ingebedde lezingen door het personage uit de titel. Kennelijk is Elizabeth Costello voor Coetzee een dankbare figuur, want in de jaren die volgden dook zij nog verschillende malen op in zijn werk.
In Wereld en wandel van Elizabeth Costello heeft Coetzee een herschreven selectie van deze diverse publicaties bijeengebracht. Het geheel vormt een brede collectie bespiegelingen over thema's als het kwaad, religie, seksualiteit, de rede, vegetarisme, de verhouding tussen mens en dier, ouderdom en literatuur.
Door de jaren heen is er in de literaire kritiek uitvoerig gespeculeerd over wat we nu eigenlijk aan moeten met de figuur van Elizabeth Costello. Ze is wel Coetzee's alter ego genoemd, maar dat is slechts zeer ten dele vol te houden. Van Coetzee is bekend dat hij vegetariër is, en mogelijk kan hij zich vinden in de vergelijking tussen de bio-industrie en de Holocaust.
Maar de gedachte dat hij, net als zijn creatie, ernstig bezwaar zou maken tegen het beschrijven van 'het kwaad' en het opvoeren van gewelddadige scènes, wordt door een blik op zijn oeuvre snel tenietgedaan. Bovendien: als Costello een alter ego was geweest, had Coetzee haar vast een betere, meer overtuigende spreker gemaakt.
De observaties over voortschrijdende ouderdom, over de onwil van de schrijver om zijn werk 'uit te leggen' tijdens lezingen en altijd maar weer dezelfde vragen te beantwoorden, sluiten daarentegen waarschijnlijk weer wél aan bij de opvattingen van Coetzee zelf.
Misschien moeten we de Elizabeth Costello-verhalen vooral zien als pogingen om de complexiteit van de diverse morele (en andere) standpunten die je als mens kunt innemen te onderzoeken. En ach, grijpbaar heeft Coetzee nooit willen zijn.