Details
142 p.
Besprekingen
De Standaard
De levens van Jatgeir, Elias en Frank lijken onderling inwisselbaar. Het zijn stugge Noren die hun gevoelens niet onder woorden kunnen brengen, laat staan wanneer er een vrouw in de buurt is. Jatgeir en Elias wonen al hun hele leven in het vissersdorpje Vaim. Af en toe reist Jatgeir met zijn motorboot naar Bergen of de gemeente Sund om wat kleur te geven aan zijn monotone dagen. Bij een van die tochten duikt er een oude bekende op. Jatgeirs leven neemt een onverwachte wending, en dat zullen ze in Vaim geweten hebben.
Er wordt wel eens gezegd dat het winnen van de Nobelprijs een vloek is voor schrijvers. Annie Ernaux (winnaar in 2022) gaf toe dat ze sindsdien nog moeilijk iets op papier krijgt, Mo Yan (2012) heeft tegenwoordig zelfs de hulp nodig van ChatGPT om een speech te schrijven. Jon Fosse blijft voorlopig van die vloek gespaard. Vaim is zijn eerste boek sinds hij de prijs in 2023 in ontvangst nam, en het eerste deel van een losse trilogie die zich rond het gelijknamige fictieve dorp afspeelt.
Net als Fosses magnum opus Septologie en de novelle Een schitterend wit , bestaat Vaim uit één lange zin. Gelukkig voegt Fosse spaties toe om dialogen aan te duiden, en is het boek in drie hoofdstukken opgedeeld die elk aan een van de personages gewijd zijn.
Droomboot
Met dat opzet situeert het boek zich ergens tussen roman en verhalenbundel. Jatgeir, Elias en Frank zijn dan wel van hetzelfde zwijgzame en innerlijk nerveuze type, toch wisselt Fosse behendig van genre tussen de hoofdstukken. Daarbij probeert hij voorzichtig nieuwe dingen uit, van happy end tot spookverhaal.
Vaim is veel verhalender dan zijn eerder werk, al blijft de plot nog altijd karig. Met de intrede van Elias grijpt hij terug naar metafysische bespiegelingen en balanceert hij op het randje van de sentimentaliteit. Gelukkig trekt afsluiter Frank dat recht. In Jatgeirs verhaal, veruit het langste hoofdstuk, knipoogt de auteur naar De vogels (1957) van Tarjei Vesaas. Zo weet Fosse de drie uiteenlopende verhalen toch knap te kaderen tot een geheel.
Fosse is nog steeds gefascineerd door de onbenoembaarheid van het bestaan, miscommunicatie en de angst voor de dood. Vaim geeft een luchtigere invulling aan die thema's en is bij momenten behoorlijk grappig. Zo lijden de drie mannen aan een “jarenlang opgestapeld verlangen” dat ze niet kunnen tegenhouden, maar uiteindelijk zijn het toch steeds de vrouwelijke personages die initiatief nemen. Fosse buigt zich over de zogenaamde 'epidemie van mannelijke eenzaamheid' met evenveel empathie als kritische zin. Frank zelf komt niet verder dan het inzicht “alles was vreemd, ja, dat mag later op mijn grafsteen staan, als mijn leven moet worden samen- gevat, zoals dat heet, dan het liefst met deze woorden, alles was vreemd”.
Alles is inderdaad nog steeds vreemd in Fosses universum. Zoals de neurotische Jatgeir zich tijdens een sprookjesachtige ontmoeting bedenkt: “Iets droomachtigs heeft de werkelijkheid in mijn leven altijd wel gehad, de werkelijkheid ligt in de droom zoals de boot in de zee ligt, denk ik, of is het andersom, dat de zee de werkelijkheid is en de boot de droom, want een boot is toch altijd een droom van iets, ja, dat is zo, in ieder geval wat mij betreft, maar wat voor droom, dat weet ik niet precies”.
Fosse houdt de tijdsperiode van dit boek bewust vaag, en in een Samuel Beckett-waardige scène discussieert een personage driftig over zijn eigen naam. Ook in de Septologie- trilogie kwam de auteur voortdurend terug op dat thema, met titels als Ik is een ander en De nieuwe naam . In Vaim benoemt hij naar oude gewoonte Bergen als Bjørgvin, de Oudnoorse naam van de stad. De gemeente Sund bevindt zich op de eveneens anachronistisch benoemde eilandenketen Sartor. Volgens Wikipedia werd de gemeente in 2020 opgeheven. Vaim heeft dan weer nooit bestaan, al is Fosse er nog lang niet mee klaar. De komende twee jaar volgen nog Vaim Hotel en Weekblad Vaim . Benieuwd naar wat voor eenzame individuen er nog allemaal ronddwalen in dat vreemde vissersdorp.
De Volkskrant
'Zo, zei ik, hier zijn we dan weer.' Zo opent Vaim, Jon Fosses eerste publicatie na toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur in 2023. Ja, ik kijk altijd uit naar een nieuwe Fosse, al is er onlangs nog een vertaling uitgekomen van een boek uit 2004 (Ales bij het vuur).
Ook deze roman, als eerste deel van een trilogie, die minder hecht zal worden gecomponeerd dan zijn Septologie, zegt hijzelf, leest als één lange, hypnotiserende zin. Verder zijn daar weer de vage grenzen tussen leven en dood, droom en werkelijkheid, het spel met het dubbelgangersmotief en namen, de zee als decor, licht en duister, de existentiële eenzaamheid die in de cirkelende taal huist. En niet te vergeten het goddelijke in het aardse (Meister Eckhart!).
Wat biedt dit boek me, denk ik ineens, behalve dan die vertrouwde meditatieve ervaring?
De spil van het boek, klassiek in drie delen opgesteld, is een driehoeksrelatie. Jatgeir, een man van middelbare leeftijd, vaart met zijn boot, vernoemd naar een onbeantwoorde jeugdliefde, Eline (zijn enige liefde), naar de nabijgelegen stad Bjørvin om daar naald en draad te kopen, waar hij wordt opgelicht.
Verbijsterd te worden bedrogen voor zoiets onbeduidends, vaart hij voor vergelijkend warenonderzoek door naar Sund, de plaats waar niet geheel toevallig Eline ooit als jonge, pasgetrouwde vrouw is gaan wonen.In de daaropvolgende zomerschemerige nacht wordt hij dan ook door Eline verrast, haast een visioen. Ze smeekt hem haar mee terug te nemen naar Vaim, omdat ze van haar man Frank af wil en naar een thuis verlangt. Na Jatgeirs dood verenigt Eline zich weer met Frank, waarna ze samen blijven wonen in Jatgeirs huis. Nu liggen er twee boten aan de kade, die allebei 'Eline' zijn gedoopt.
In het eerste en derde deel volg je de innerlijke monologen van Jatgeir en Frank, in het tweede deel 'hoor' je die van Elias, zielsverwant van Jatgeir, die als een geest aan hem verschijnt. Elk deel eindigt met de dood van het personage.
'Dat is het hele verhaal, (...) en hoewel een grafzerk groot genoeg is om, ingebonden in mos, de verkorte versie van een mensenleven te bevatten, zijn details altijd welkom', luidt het begin van Nabokovs Een lach in het duister. In Vaim gaat het eveneens om het lot, en om de immense kracht van verlangen. Deze roman is alleen verre van sardonisch, al komen de humorvolle scènes, bijvoorbeeld die over naald en draad, me als nieuw voor in zijn werk. Vaim is minder religieus van aard, 'maar als je je leven lang op zee hebt geleefd, dan word je dat ergens wel.'
Ook deze roman ben ik geneigd metaforisch te lezen, alleen de namen al zetten me op dat spoor. Eline straalt als licht, haar naam gaat terug op Helena, fakkel, stralende - de knipoog naar de mythe van Helena is betekenisvol.
Eline, symbool voor 'verlangen', leren we niet van binnenuit kennen, verlangen is groter dan taal. Ze staat niet voor daadkracht versus de passiviteit van de mannen, nee, Eline is wat men najaagt, de naam Jatgeir komt van het werkwoord 'jagen'. De naam Elias hint op het verlangen van de mens op te gaan in iets groters, dat je God kunt noemen of Vaim, en komt van Elia, 'Jahweh is mijn God'.
Frank heet eigenlijk Olav, 'zoon van voorvaderen', maar het is me niet duidelijk waarom hij door Eline Frank wordt genoemd. De 'moedige' omdat hij Eline haar overspel vergeeft? De setting zelf is mythisch, doordat ze niet wordt ingevuld. De landtong heet gewoon 'De Landtong', De kruidenier 'De Kruidenier', het eetcafé 'Het Eetcafé', enkele uitzonderingen daargelaten. De naam van de boot blijft onwrikbaar Eline. De drie monologen hebben dezelfde toon, Fosse maakt nauwelijks onderscheid tussen de personages, zodat ze in elkaar lijken over te vloeien, net als hun gevoelens en gedachten.
Het verhaal staat in de verleden tijd, maar wanneer een personage oog in oog komt te staan met het verlangen, schakelt Fosse over op de tegenwoordige tijd, waardoor wij het zelf zijn die daar staan, als nazaten van onze voorvaderen, die eveneens hieraan ten prooi vielen. Uiteindelijk houden Jatgeir en Frank het meest van hun boot, omdat die hun verlangen aandrijft - verlangen is een werkwoord -, want wat als dat wordt ingelost, wat houdt de mens dan gaande?
Voor mij ontbloot Vaim de techniek van verlangen voorgesteld als een geometrische figuur, lees Anne Carson er maar op na in haar Eros, bitterzoet. Fosse borduurt vaardig de vorm tussen verliefde, geliefde en datgene wat ertussen staat. Het verlangen is aards (naar de ander, naar wat het leven had kunnen zijn), spiritueel (naar een groter 'iets'), maar het gaat ook om het verlangen naar jezelf, immers, echte verbinding is onmogelijk. De hele driehoek en het leven zelf, alles blijft wonderlijk.
'Eigenlijk zou dat op mijn grafsteen moeten staan, heb ik gedacht - Alles was vreemd - maar ik ben tot het besluit gekomen dat een eenvoudig kruis volstaat (...), een kruis en dan Olav', overpeinst Olav tegen het einde van zijn leven, dat tegelijkertijd het einde van het boek is. En daarmee werkt Vaim dit gegeven anders uit dan het overigens schitterende boek van Nabokov. Dit grafschrift balt juist alles samen, dat wij, net als onze voorvader, na ons raadselachtige leven opgaan in het raadsel zelf waardoor we rust vinden, thuiskomen. Van een concrete werkelijkheid varen we uiteindelijk naar Vaim ('geest' of 'ziel' in het Noors), de boot werkeloos dobberend aan de kade.
Hoewel dit alles niet nieuw is in Fosses universum, raak ik ontroerd door de schoonheid van de vorm, die iets wezenlijks toont van dat wat we niet kunnen grijpen. 'I listen of course, to what I have already written. And then to something unknown, somewhere out there. Writing happens', zegt hij in een interview met The New Yorker. En zo is elk boek van hem een ravissante gebeurtenis, die mij even minder eenzaam maakt.