Boek
Nederlands

Het uur van het violet : grote schrijvers in hun laatste dagen

Katie Roiphe (auteur)
+1
Het uur van het violet : grote schrijvers in hun laatste dagen
×
Het uur van het violet : grote schrijvers in hun laatste dagen Het uur van het violet : grote schrijvers in hun laatste dagen

Het uur van het violet : grote schrijvers in hun laatste dagen

Titel
Het uur van het violet : grote schrijvers in hun laatste dagen
Auteur
Katie Roiphe
Taal
Nederlands
Oorspr. taal
Engels
Oorspr. titel
The violet hour : great writers at the end
Uitgever
Amsterdam: Hollands Diep, 2017
300 p. : foto's
ISBN
9789048836420 (paperback)

Besprekingen

Intens en verslavend

'Als ik de wereld wilde zien, sloeg ik altijd een boek open', schrijft Katie Roiphe in de proloog van Het uur van het violet. De schrijfster wil de dood zien en daartoe wendt ze zich tot auteurs die heel verschillend reageerden op hun nakende stervensuur.

Roiphe gaat voor contrast. Tegenover het niet-aflatende verzet van Susan Sontag plaatst ze de heroïsche kalmte van Sigmund Freud. Enkel in het laatste van de zes portretten praat ze met de schrijver terwijl die nog in leven is. James Salter deed geen grote uitspraken maar voorzag Roiphe wel van de inzichten waar ze op hoopte en die ik hier met het oog op het leesplezier niet onthul.

Roiphe schrijft in korte paragrafen die onderbroken worden door witregels, wat natuurlijk aandoet. Het boek is niet versnipperd en de lectuur van de portretten heeft iets verslavend. Net als de schrijver wil je dichterbij komen, weten hoe het is, sterven. Roiphe weeft een canvas met een rijke textuur, ze schrijft beeldend en toch sober.

Aan het eind van een leven komt iedereen die een rol speelde nog een keer aanzetten. Dat maakt deze portretten intens en beladen. Wanneer John Updikes ex een laatste keer op bezoek komt is dat niet naar de zin v…Lees verder

Als de society-reporter Katie Roiphe bruut wordt overvallen door de plotselinge dood van haar 81-jarige vader wordt ze geconfronteerd met de traumatische herinnering aan hoe ze zelf, als twaalfjarige, bijna was gestorven. Om de angst voor het sterven, de schaamte en zelfverwijten binnen grenzen te houden, besluit ze te onderzoeken hoe zes door haar bewonderde schrijvers zijn gestorven. Ze spreekt familie, vrienden, kennissen en buren van Susan Sontag, Sigmund Freud, John Updike, Dylan Thomas, Maurice Sendak en James Salter, met de bedoeling meer aan de weet te komen over de omstandigheden van hun dood en hoe zij omgingen met de realiteit van hun naderende dood. Ze denkt langs deze indirecte weg in plaats van via haar eigen doodservaring dichter bij de dood zelf te komen. De zes essays zijn niet bedoeld om te troosten of om te laten zien hoe we moeten sterven. Ze doorbreken geen taboes, neigen naar voyeurisme en slagen er soms heel even in om de bizarre, extreem vervreemdende atmosfeer…Lees verder